top of page
texture-00008.webp

EU: Omarm NGT's

Jan Deschoolmeester

Op woensdag 7 februari staat er een belangrijke plenaire zitting op het programma in het Europees Parlement. Het parlement stemt dan over de toekomst van NGT’s (nieuwe genomische techieken zoals CRISPR) in de landbouw. Indien een aanzienlijk deel van de Europarlementariërs tegenstemt, dan komt CRISPR-technologie in dezelfde situatie terecht als die van ggo’s, waarbij een te strenge regelgeving het potentieel van de technologie compleet verstikt, zodat er geen of amper CRISPR-producten in de Europese winkelrekken belanden.

Dat zou een drama zijn voor iedereen die begaan is met klimaatverandering, landbouw en wetenschap. CRISPR-gewassen kunnen oogstverliezen door klimaatverandering minimaliseren, door die gewassen bijvoorbeeld hitteresistenter te maken. Dat kan ook met klassieke veredeling, maar dat is een proces dat tientallen jaren kan duren. Bovendien kunnen CRISPR-gewassen het gebruik van pesticiden en meststoffen drastisch verminderen. Dit leidt tot minder schadelijke stoffen in onze rivieren en zeeën, wat zorgt voor een schonere en gezondere natuur. Tenslotte zorgen CRISPR-gewassen ook voor minder CO2-uitstoot, omdat ze door hun hogere productiviteit minder landgebruik vereisen, wat tot minder ontbossing leidt.


CRISPR: een vorm van precisieveredeling

Maar wat is CRISPR nu eigenlijk? Het is een baanbrekende techniek die wetenschappers in staat stelt om heel precies aan het DNA van planten te sleutelen. “Precisieveredeling” met andere woorden. Stel je voor dat je in een Word-document werkt en je kiest ervoor om alleen bepaalde letters aan te passen. Zo werkt CRISPR ook, maar dan met planten: we wijzigen op een veilige manier alleen wat nodig is in het DNA, zonder dat je er soortvreemd DNA aan hoeft toe te voegen.

 

Deze techniek spiegelt in feite op een zeer gerichte manier wat er in de natuur op willekeurige wijze gebeurt. In de natuur kunnen namelijk spontane mutaties in het plantengenoom optreden, alsof lukraak lettertjes in het Word-document aangepast worden, terwijl met CRISPR gekozen kan worden welke lettertjes nu exact gewijzigd worden. Het opent de deur naar een landbouw die sterker en milieuvriendelijker is, met gewassen die beter zijn voorbereid op onze toekomst.

Twee categorieën


Het wetsvoorstel dat nu op tafel ligt maakt onderscheid tussen 2 categorieën op basis van de toepassingen van CRISPR-gewassen, elk met een verschil in behandeling qua regelgeving. Indien slechts enkele lettertjes in het plantengenoom gewijzigd worden, dan vallen deze CRISPR-gewassen onder categorie 1, terwijl categorie 2 alle CRISPR-gewassen omvat waarbij meer dan 20 lettertjes aangepast wordt, of waarbij toch soortvreemd DNA wordt toegevoegd aan het plantengenoom.

 

De onderliggende redenering is eigenlijk vrij simpel: categorie 1 slaat op planten die zouden kunnen ontstaan op een natuurlijke manier of via klassieke veredelingstechnieken, terwijl categorie 2 planten, net zoals ggo’s, enkel in een labo kunnen ontstaan. De wetgeving probeert categorie 1 (terecht) uit de ggo-wetgeving te onttrekken, aangezien het risico als even groot beoordeeld wordt als klassieke gewassen. Daarom is er ook geen labelplicht voor deze categorie. Voor categorie 2 blijft de bestaande strenge ggo-regelgeving nog steeds van kracht.

Hoewel er ook voor ggo-technologie een wetenschappelijke consensus is over dat ze veilig zijn voor milieu en mens, moeten degenen die bezorgd zijn over ggo’s beseffen dat deze stemming niets verandert aan de ggo-regelgeving zelf, maar dat juist bestendigd wordt dat ggo-toepassingen van CRISPR-technologie nog steeds onder deze strenge regelgeving vallen. Opmerkelijk is dat minder precieze veredelingstechnieken, zoals mutagenese, waarbij duizenden willekeurige mutaties veroorzaakt worden door zaden bloot te stellen aan chemicaliën of straling, een veel minder strenge veiligheidsbeoordeling hebben. Dat is het equivalent van een kat die over je toetsenbord wandelt terwijl je Word-bestand open staat, en tevreden zijn met het toevallige resultaat.

 

Europa heeft vooral dus lang wat als “natuurlijk” gepercipieerd wordt als leidraad genomen voor haar veiligheidsbeoordelingen, en niet de precisie van de veredelingstechniek zelf.

Een tool in de gereedschapskist, ongeacht het landbouwmodel

Maar wat met het landbouwmodel en patenten, waar critici van biotechnologie het zo vaak over hebben? CRISPR is een tool in de gereedschapskist, die zowel in conventionele landbouw als biolandbouw zou kunnen ingezet worden. CRISPR kan zelfs een belangrijke rol spelen in de biologische landbouw door het verschil in opbrengst tussen traditionele en biologische teeltmethoden kleiner te maken, iets wat ex-directeur Urs Niggli van het Zwitsers onderzoeksinstituut voor biolandbouw ook bepleit.

 

Ondanks dit alles zullen zelfs categorie 1 CRISPR-gewassen niet in biolandbouw ingezet mogen worden. Ook wie wakker ligt over patenten hoeft zich geen zorgen te maken. Recent werd in de Europese milieucommissie een amendement gestemd dat “NGT-planten, plantaardig materiaal, delen daarvan, genetische informatie en de daarin vervatte proceskenmerken niet octrooieerbaar zijn”. Dit zorgt ervoor dat de komende stemming zich kan richten op waarover het écht moet gaan: een wettelijk kader rondom het vrije gebruik van de technologie zelf.

Iedereen wint

Bovendien heeft zowel de boer als de consument te winnen bij CRISPR. Wetenschappelijk onderzoek stelt namelijk dat de hogere productiviteit van ggo’s meer winst voor boeren oplevert, wat ook te verwachten valt voor CRISPR-gewassen. Het zou de ontevreden boeren die afgelopen week op straat kwamen dus kunnen helpen.

 

Met precisieveredeling kunnen we ook de diversiteit van gewassen vergroten, waardoor vergeten oerrassen teruggebracht kunnen worden op ons bord. Bovendien kan CRISPR de voedselzekerheid verhogen en zelfs de kosten voor de consument verlagen. In een tijd van geopolitieke spanningen is dit belangrijker dan ooit.

Europa mag geen museum worden

Europa kan namelijk niet achterblijven nu landen als China volop inzetten op NGT’s. Door de Russische inval in Oekraïne werd minder kunstmest beschikbaar, onder andere doordat de Europese kunstmestproductie door de hoge gasprijzen drastisch teruggeschroefd werd en een aanzienlijk deel van de kunstmestexport in handen is van Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne. CRISPR kan ons helpen om met minder kunstmest toch hogere opbrengsten te halen, zonder afhankelijk te zijn van Russische kunstmest.

Een sterke positie in CRISPR-technologie versterkt dus niet alleen onze voedselzekerheid, maar ook onze geopolitieke positie.

Wetenschap als kompas

Recent nog riepen 37 Nobelprijswinnaars en meer dan 1500 wetenschappers op dat Europarlementariërs in lijn met de wetenschap moeten stemmen op deze cruciale stemming. We kunnen niet riskeren om terug te vallen op een beleid dat innovatie voor decennia lang stagneert. In plaats daarvan moeten Europarlementsleden het gezond verstand laten spreken en voor deze wetgeving stemmen, zodat het pad naar een duurzamere en productieve toekomst voor de landbouw open ligt.

Over de auteur:

Jan Deschoolmeester is bio-ingenieur en co-auteur van het boek De wereld red je niet met minder. Jan is medestichter en bestuurslid van WePlanet Belgium.

bottom of page